Table of Contents
ToggleAPHRODITE door Pierre Louÿs

Samenvatting:
Alexandrië, 1e eeuw voor Christus: een modieuze beeldhouwer, de minnaar van de koningin, wordt verliefd op de mooie courtisane Chrysis, die drie loon van hem eist. Hij begaat drie misdaden. Dan droomt hij dat zijn verlangen wordt bevredigd. Vervolgens eist hij dat Chrysis de drie voorwerpen op de rots van de vuurtoren van Alexandrië gaat deponeren, naakt als Aphrodite… Groot succes toen het werd gepubliceerd, deze roman van oude gebruiken, zonder in overmatige eruditie te vervallen, herleeft de hele esthetische verbeelding van het einde van de eeuw, de kant van het “Musée d’Orsay”: de peplum, het wonderbaarlijke, de avonturen, de symbolen, de erotiek, door een meester in stijl. De traditie van Salammbô vermengt zich met het tragische huwelijk van Carmen; het is, zoals Louÿs zei, “een oude roman over vrouwen en licht”.
Illustrators
- Georges Barbier,
- Paul-Émile Bécat,
- Antoine Calbet,
- Beresford Egan,
- Foujita,
- Louis Icart,
- Joseph Kuhn-Régnier,
- Georges Lepape,
- Mariette Lydis,
- Milo Manara,
- André Edouard Marty,
- Pascal Pia,
- Georges Pichard,
- Rojan,
- Marcel Vertès
- Édouard Zier.

1932 édition Auguste Leroux
De ‘Geschiedenis van mijn leven’, originele titel ‘Histoire de ma vie’ bevat de uitgebreide, curieuze, en vaak zeer intieme levensbeschrijving van Giacomo Casanova, door hemzelf geschreven aan het eind van zijn leven, toen hij na een avontuurlijk bestaan door geldgebrek en behoeftigheid ‘veroordeeld’ was tot de functie van bibliothecaris in de stad Dux.
Casanova, Italiaan van geboorte, of liever ‘Venetiaan’, schreef deze herinneringen in het Frans in de jaren ’90 van de achttiende eeuw, maar pas in 1961 verscheen het werk voor het eerst in volledige en verantwoorde druk. Vervolgens zou het nog dertig jaar duren voordat Theo Kars voor uitgeverij Atheneum hiervan een integrale en zeer precieze vertaling kon maken.
Aan die vertraging van bijna twee eeuwen zijn twee factoren schuldig. In de eerste plaats was het originele manuscript ongewoon, zelfs ongekend, volumineus. De definitieve uitgaven beslaan twaalf banden. Daarnaast stond het manuscript vanaf de helft van de negentiende eeuw, toen het ontdekt werd, in de kwade geur van de obsceniteit. Casanova schroomde immers niet zijn intiemste gedachten over en betrekkingen met tientallen vrouwen aan het papier toe te vertrouwen.
Het heeft meer dan een eeuw geduurd voordat de verdenking van pornografie kon plaatsmaken voor het belang van een oprecht geschreven levensverhaal, inclusief de vleselijke intimiteiten.
In zekere zin is de ondertussen aangerichte schade onherstelbaar. ‘Casanova’ werd synoniem aan ‘wellusteling’, en als zijn werk al in druk verscheen, dan waren het juist de pikant geoordeelde details die gekozen werden.
De twaalfdelige, integrale, vertaling door Theo Kars deed voor het eerst volledig recht aan de sublieme autobiografie die Casanova geschreven heeft. Alle aspecten van het leven in de achttiende eeuw beschreef hij. Niet alleen de boudoirgeheimen. Die vormen, om precies te zijn, slechts een gering deel van zijn verhaal. Er wordt,. bijvoorbeeld, door Casanova vaker over culinaire geneugten geschreven dan over die van de bedstee en het hemelbed. Gelukkig is er dan ook enige jaren geleden een ‘Casanova-kookboek’ verschenen.
Avonturier, diplomaat, oplichter, loterijbaas, fijnproever, reiziger, dichter, polemist, vrijdenker: het is allemaal even goed toepasbaar op Casanova als ‘minnaar’.
ILLUSTRATORS
- 1920 – Sylvain Sauvage
- 1931 – August Leroux
- 1931 – Rojan
- 1932 – André Collot
- 1950 – Umberto Brunelleschi
- 1960 – Paul-Émile Bécat
- 2000 – Milo Manara


