Charles Guyette (14 augustus 1902 – juni 1976) was een Amerikaanse theatrale kostuumontwerper die geldt als de grondlegger van de Amerikaanse fetisj-kunst.

Vroege leven en carrière:

Guyette werkte als zeilmaker bij de Amerikaanse kustwacht, waar hij naaivaardigheden opdeed door zeilen te maken en canvas tassen te borduren. Na een periode met circussen en kermissen om ervaring en kapitaal op te doen, begon hij eind jaren 1920 een kostuumzaak in New York, aanvankelijk tegenover Webster Hall, later in een winkel op West 45th Street, vlak bij Broadway.

De “G-string King”

Guyette werd bekend als leverancier van burlesque-kostuums: corsetten, opera-handschoenen, op maat gemaakte fetisj-laarzen en vooral G-strings. In de loop van de jaren dertig groeide zijn winkel uit tot de eerste volwaardige fetisj-leverancier van Amerika, met handgemaakte lederen corsetten, kuisheidsgordels en dominatrix-laarzen, deels geïnspireerd op Europese (Parijse en Berlijnse) ontwerpen. Hij begon ook zelf fetisj-foto’s te produceren en te verspreiden via discrete postorderfolders — daarmee werd hij de eerste persoon in de VS die fetisjkunst produceerde en distribueerde.

Arrestatie

In 1935 werd Guyette gearresteerd wegens overtreding van obsceniteitswetten en belandde hij in een federale gevangenis — hierdoor wordt hij wel gezien als de eerste “martelaar” van de Amerikaanse fetisjkunstgeschiedenis. Daarna werkte hij nog onder verschillende aliassen.

Invloed en nalatenschap

Hoewel hij tijdens zijn leven nauwelijks credits kreeg, beïnvloedde Guyette latere bekende figuren als Irving Klaw (kostuumontwerper van Bettie Page), John Willie, Eric Stanton en Leonard Burtman. Zijn werk wordt gezien als de basis van de naoorlogse Amerikaanse fetisj-industrie.

Hij is ook terug te vinden in de populaire cultuur: in de film Professor Marston and the Wonder Women (2017) figureert hij als kostuumontwerper voor Olive Byrne, de vrouw die mede model stond voor Wonder Woman. Er verscheen ook een biografisch boek over hem: Charles Guyette: Godfather of American Fetish Art van Richard Pérez Seves.

Gelijksoortige “artiesten”:

  • Irving Klaw
  • John Willie
  • Eric Stanton
  • Leonard Burtman
  • Robert Harrison

Op basis van wat er bekend is over zijn (grotendeels gedecimeerde) archief, zijn dit de belangrijkste hoogtepunten uit het oeuvre van Charles Guyette:

1. De “Pony Girl” serie

Een van zijn bekendste en meest speelse reeksen: een dominatrix-outfit gemaakt van een omgebouwd ouvreuse-uniform, gecombineerd met een kinderwagen die was verbouwd tot een “sulky cart” (pony-kar). Toont zijn karakteristieke, licht humoristische stijl binnen het genre.


2. De gestudeerde metalen “slave outfit”

Een opvallend geheel metalen kostuum met stekels, bestaande uit een hoge kraag, kogelvormige bh, kuisheidsgordel, kettingen en boeien — vermoedelijk geïnspireerd op een vergelijkbaar ontwerp uit de Franse Yva Richard-catalogus. Een variant van dit kostuum dook twintig jaar later opnieuw op in het werk van Irving Klaw, met o.a. Bettie Page.


3. De hoge-hakken- en laarzencatalogus (rond 1940)

Guyette fotografeerde tientallen modellen in op maat gemaakte hakken en laarzen als eigen productcatalogus. Dit materiaal werd decennia later gebundeld in het boek Charles Guyette’s High Heeled Shoes: Photographs circa 1940(George Monk).

4. Corset- en “costume study”-foto’s

Series met modellen (waaronder bekende burlesque-performers als Jane High en Jacqueline Joyce) in strak vetergeregen korsetten, vaak gefotografeerd in zijn studio met een herkenbare vloerpatroon-achtergrond. Veel van deze beelden werden later — vaak zonder credit — herdrukt door Irving Klaw.

5. Bondage- en “whipping”-scènes voor London Life

Tussen 1931-1935 adverteerde hij openlijk in het Britse fetisj-tijdschrift London Life, met zwaardere bondage- en femdom-thema’s die zijn overstap markeerden van sideshow-achtig materiaal naar Europees geïnspireerde erotiek.

Een kanttekening: het grootste deel van Guyette’s originele archief ging verloren bij politie-invallen na zijn arrestatie in 1935, en veel werk werd later zonder bronvermelding hergebruikt door tijdgenoten zoals Klaw. Wat nu als zijn “oeuvre” geldt, is dus grotendeels gereconstrueerd via verzamelaars en het boek van Richard Pérez Seves.


HOME
PI