Tristan Tzara, geboren als Samuel Rosenstock, kwam uit een Roemeens gezin met Joodse roots. Van nature een zeer originele denker, zijn vroege jaren werden gekenmerkt door gevoelens van verveling met het kleine, agrarische stadje waarin hij woonde. Op school in Boekarest raakte hij gegrepen door het symbolisme en richtte hij samen met Ion Vinea en Marcel Janco het tijdschrift Simbolul op. In 1915 ging hij naar Zürich, een broeinest van revolutionaire ideeën, om filosofie te studeren. Zijn vrijdenkende, anti-burgerlijke principes leidden tot pijnlijke botsingen met zijn familie die er uiteindelijk toe leidden dat zijn vader hem afsneed. Zoals hij later schreef: “Ik was dood voor hem.”

Om de formele breuk met zijn vorige leven te symboliseren, besloot hij zijn naam te veranderen. Voor zijn keuze zijn verschillende verklaringen aangedragen. In het Hebreeuws betekent “Ttzara’at” iemand die uit de gemeenschap is verbannen. In het Roemeens betekent het ‘verdrietig in het land’. Er zijn mensen die hem “Tzara Thoustra” noemden als eerbetoon aan Nietzsches boek Aldus sprak Zarathustra. Het lijdt geen twijfel dat Tzara geïntrigeerd was door Nietzsches nihilistische filosofie waarin God dood was. Hij sloot zich aan bij vele andere jonge intellectuelen die, na getuige te zijn geweest van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, een hekel hadden aan de nationalistische en burgerlijke conventies die tot het conflict hadden geleid, naar het neutrale Zürich vluchtten voor een toevluchtsoord.
