Alan Mac Clyde is het pseudoniem van een onbekend gebleven Franse schrijver die vooral in de eerste helft van de jaren dertig actief was binnen de clandestiene erotische literatuur. Zijn werkelijke naam en persoonlijke levensloop zijn niet met zekerheid bekend. De Bibliothèque nationale de France registreert hem als Frans auteur, geboren in de 19e eeuw en overleden in de 20e eeuw, zonder verdere biografische gegevens. Naast Alan Mac Clyde worden de pseudoniemen Edith KindlerJoan Spanking en Jean de La Beuque fils met dezelfde auteur in verband gebracht.

Geen afbeelding bekend

Zijn literaire productie behoort tot de Franse littérature érotique clandestine van het interbellum en concentreert zich vrijwel volledig op thema’s als flagellatie, bondage, vrouwelijke dominantie, lichamelijke discipline en fetisjisme. Daarmee behoort hij tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse flagellatieliteratuur uit de jaren dertig. Zijn romans zijn minder gericht op een psychologische of literaire uitwerking dan op het creëren van situaties waarin machtsverhoudingen, onderwerping en lichamelijke beproeving centraal staan.

De eerste bekende uitgaven dateren uit 1931. In dat jaar verschenen Bagne de femmes en Dressage, beide uitgegeven door de Parijse Librairie GénéraleBagne de femmes werd geïllustreerd door Carlo, terwijl Dressage verschillende illustratoren vermeldt, onder wie Jéo, Ely Costes en Carlo.

In de daaropvolgende jaren ontstond een omvangrijk oeuvre. Tot de bekendste titels behoren Cravache et fanfreluches (ca. 1933), La Cité de l’horreur (1933), Cuir et peau (1934), Le Cuir triomphant (1934), Despotisme féminin (1934), Dolorès amazone (1934), Servitude (1934), Les Asservies de Slave Island (1935), Dolly, esclave (1936) en La Madone du cuir verni (1937).

Een bijzonder aspect van zijn oeuvre is de nauwe samenwerking met illustratoren die gespecialiseerd waren in de erotische en fetisjistische boekproductie. Vooral Carlo werd een belangrijke beeldende tegenhanger van Mac Clydes verhalen. Carlo illustreerde onder meer Bagne de femmesLe Cuir triomphantDespotisme fémininDolorès amazoneServitudeDolly, esclave en La Madone du cuir verni. Andere werken werden geïllustreerd door René Giffey en Maurice Millière.

Ook de pseudonieme werken vormen een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre. Onder de naam Edith Kindler verschenen onder andere La Reine cravache ou La Batteuse d’hommes (1932) en Esclavage ou L’Agonie sous le fouet(1934), beide met illustraties van Carlo. Onder Jean de La Beuque fils verscheen L’Idole sanglante (1934), met een voorwoord van Alan Mac Clyde. De Bibliothèque nationale de France registreert daarnaast Éducatrice onder het pseudoniem Joan Spanking. ❓

De vermoedelijke identiteit

De identiteit achter Alan Mac Clyde is nooit definitief vastgesteld. De Franse schrijver en literatuurhistoricus Robert Mérodack opperde dat achter het pseudoniem mogelijk Maurice Renard (1875–1939) schuilging. Renard was een bekende auteur van fantastische en sciencefictionachtige romans, waaronder Le Docteur Lerne, sous-dieu. De hypothese berust onder andere op een passage in La Reine cravache, waarin verwezen wordt naar Renards personage Doctor Lerne.
Deze identificatie moet echter als onbewezen hypothese worden beschouwd. Er bestaat geen overtuigend biografisch of bibliografisch bewijs dat Maurice Renard daadwerkelijk achter Alan Mac Clyde schuilging. Voor een auteursfiche is het daarom beter om Renard niet als de werkelijke auteur te vermelden, maar als een mogelijke identificatie die door Mérodack is voorgesteld.

Betekenis

Alan Mac Clyde vertegenwoordigt een specifieke tak van de Franse erotische literatuur van het interbellum: de flagellatie- en fetisjliteratuur waarin macht, onderwerping en lichamelijke discipline de belangrijkste narratieve elementen vormen. Zijn betekenis ligt minder in een plaats binnen de canonieke Franse literatuur dan in zijn rol binnen de geschiedenis van de clandestiene erotische boekcultuur.

Vooral de combinatie van zijn teksten met de sterk gestileerde tekeningen van Carlo maakt zijn oeuvre tegenwoordig bijzonder herkenbaar. De boeken behoren tot de meest karakteristieke voorbeelden van de geïllustreerde Franse erotische literatuur uit de jaren dertig. Carlo’s beeldtaal – met dominante vrouwen, fetisjistische kleding, korsetten, laarzen en scènes van onderwerping – sloot nauw aan bij de thematiek van Mac Clydes romans.

Na 1937 verdwijnt de oorspronkelijke Alan Mac Clyde als actieve auteur uit beeld. Het pseudoniem werd later opnieuw gebruikt door Parijse uitgevers voor Engelstalige erotische boeken uit de jaren vijftig. Deze latere Alan Mac Clyde moet niet met de Franse auteur van de jaren dertig worden vereenzelvigd.


Alan Mac Clyde blijft daarmee een van de intrigerende anonieme auteurs uit de Franse clandestiene erotische literatuur van het interbellum: een schrijver wiens persoonlijke identiteit verloren is gegaan, maar wiens naam verbonden bleef aan een omvangrijk oeuvre van flagellatie-, bondage- en fetisjistische romans, vaak voorzien van illustraties door Carlo.

Belangrijkste werken onder de naam Alan Mac Clyde:

  • Bagne de femmes (1931) — illustraties Carlo
  • Dressage (1931) — illustraties van Jéo / Carlo e.a.
  • La Cité de l’horreur (1933) — illustraties René Giffey
  • Cravache et fanfreluches (ca. 1933) — illustraties Maurice Millière
  • Servitude (1934) — illustraties Carlo
  • Cuir et peau (1934) — illustraties René Giffey
  • Despotisme féminin (1934) — illustraties Carlo
  • Dolorès amazone (1934) — illustraties Carlo
  • Le Cuir triomphant (1934) — illustraties Carlo
  • Dolly, esclave (1936) — illustraties Carlo

Daarnaast zijn er werken die onder de andere pseudoniemen aan dezelfde auteur worden toegeschreven, met name Edith Kindler en Jean de La Beuque filsLa Reine cravache ou La Batteuse d’hommes en Esclavage ou L’Agonie sous le fouetverschenen bijvoorbeeld onder de naam Edith Kindler, terwijl L’Idole sanglante onder Jean de La Beuque fils verscheen.