I MODI

I MODI

Deze paginat geeft een chronologisch overzicht van het verwarde hiernamaals van de beruchte gedichten ‘Sonetti lussuriosi’ van Pietro Aretino (1492-1556), naar verluidt gepubliceerd in 1527 en geïllustreerd met de gravures die bekend staan als ‘I Modi’.
De gedichten werden in heel Europa bekend. Het enige bewaard gebleven exemplaar, een ruwe woodblock print, werd pas vierhonderd jaar later ontdekt. Vanaf 1782 werden verschillende edities verspreid onder verschillende titels in het Frans, met illustraties ‘naar Giulio Romano en Marcantonio Raimondi’, maar in feite met originele illustraties van Franse kunstenaars, slechts gedeeltelijk geïnspireerd door de composities van ‘I Modi’. Een netwerkvisualisatie brengt de vele betrokken kunstenaars naar voren.

Publicatie van 1757

De publicatie van 1757 is getiteld ‘Dubbii amorosi, altri Dubbii [beide ten onrechte toegeschreven aan Pietro Aretino], e Sonetti lussuriosi di Pietro Aretino’ gepubliceerd in Parijs door Grangé, opnieuw uitgegeven ‘…dedicati al clero’. “Roma: Nella stamperia Vaticana con privilegio di Sua Santità” Parijs: Girouard, 1792 en in de 20e eeuw meerdere keren bewerkt in verschillende talen.

Publicatie van (1790)

Die van 1790 is ‘La Priapea: sonetti lussuriosi-satirici di Niccolò Franco’, ook gepubliceerd in Parijs (Fig 3) en opnieuw uitgegeven in 1850, maar het geeft niet de originele gedichten weer. Niccolò Franco (1515-1570) was de secretaris van Aretino en zijn obscene satire uit 1541 is opgedragen aan ‘all’arcidivino Pietro Aretino, flagello de’ cazzi’.

Opmerkelijk is hier dat Lodovico Dolce in 1557 (een jaar na Aretino’s dood) ‘Dialogo della Pittura intitolato l’Aretino’ publiceerde met een lofzang op de schilderijen van TIZIANO, die zijn vriend Aretino driemaal schilderde.

Ook deze uitgave kreeg in de 18e eeuw en later vele edities.

Vanaf 1857 worden de gedichten ook becommentarieerd in bibliografieën.

L’Arétin français (1782)

Column 1

In 1782 verscheen in Londen ‘L’Arétin français : par un membre de l’Académie des dames …’ maar alleen bekend door een exemplaar uitgegeven door de obscure drukker A Larnaka [i.e. Brussel?] : ‘…Sur la copie à Londres, 1782. Imprimé exclusivement pour les membres de la Société des Bibliophiles-Aphrodiphiles’. De redacteur Giovanni della Rosa (tussen 1869 en 1890?) van een kopie verwijst in zijn Voorwoord naar verschillende edities (in 1787, 1788, 1803, 1829, 1830 en 1869) en naar François Félix Nogaret als vertaler ‘des Sonetti de Pierre Arétin ‘, maar in zijn ‘Avertissement de l’Editeur’ wijst hij erop dat het niet ‘…une traduction littérale des Sonnets de l’Arétin…’ is. De namen van de kunstenaars van het frontispice en de 17 gravures ‘…d’après les précieux dessins de Jules Romain…’ worden niet vermeld, maar zijn toegeschreven aan François Roland ELLUIN (1745-1810) als graveur en Antoine BOREL ( 1743-1810) als tekenaar in de uitgave van 1787.
Velen zijn tot op zekere hoogte geïnspireerd door die van ‘I Modi’, maar verschillende (nrs 5, 11 -16) zijn totaal anders. Hun begeleidende gedichten in het Frans zijn echter vaak goed gerelateerd aan de afbeeldingen.

In 1981 verscheen een tweetalige Italiaans/Nederlandse uitgave met 16 sonnetten en gravures ‘naar tekeningen van Giulio Romano – van L’ Arétin françois, Londen 1787′, omgekeerd en in een andere volgorde dan die van ELLUIN en BOREL.

Er bestaan andere beperkte edities, zoals een Duitse, niet gedateerd noch gelokaliseerd, blijkbaar met 18 figuren ‘na Borel’ ook omgekeerd

L’Arétin de A. Carrache (1798)

Column 1

Deze geïllustreerde publicatie, eveneens met een onduidelijke titelpagina, is zeer controversieel. Blanc geeft de juiste informatie: gepubliceerd in Parijs door Didot in 1798, met tekst door Simon-Célestin Croze-Magnan en twintig illustraties door Jacques-Joseph COINY (1761-1809). Ook gaat hij in op de commerciële redenen voor deze titel.

De tekst heeft geen enkele relatie met Aretino noch met zijn gedichten: het zijn lange essays over de mythologische verhalen – zie de tabel in figuur 6 – afgebeeld in de illustraties, waarvan wordt gezegd dat ze naar de gravures van Agostino CARRACCI zijn. Maar deze gravures zijn niet die van ‘I Modi’ en zijn eerder geïnspireerd door ‘Loves of the Gods’.

Dunand & Lemarchand stellen dat COINY zijn inspiratie haalde uit ‘Le Lascivie’, een serie van 15 gravures toegeschreven aan Agostino CARRACCI (10, Vol III), die door Blanc (9, p.13-16) is afgewezen.

Les Sonnets luxe de l’Arétin (1882)

Een tweetalige publicatie ‘Les sonnets luxurieux du divin Pietro Aretino’ van 100 exemplaren ‘pour I. Liseux et ses amis, Parijs 1882’ is opgenomen (Fig 8) (11). Het werd in 1904 opnieuw uitgegeven door C. Hirsch als « Les Sonnets luxurieux de l’Aretin. (I Sonetti lussuriosi di Pietro Aretino) texte italien avec traduction française en consider (door Alcide Bonneau), precédée de la Notice et des Commentaires de Isidore Liseux et publiés pour la première fois avec la suite complète des dessins de Jules Romain d originele documenten».

In de loop van de 20e eeuw volgden verschillende geïllustreerde edities in veel Europese landen, met dezelfde of soortgelijke illustraties die echter niet die van de originele ‘I Modi’ zijn, noch die van ‘L’ Arétin français’.

ILLUSTRATIES DOOR: